Specifieke behandelingen bij implantologie

Guided Bone Regeneration

Wanneer een tand of een kies wordt getrokken, zal het kaakbot gaan slinken. De kaak wordt smaller, maar ook lager. Implantaten moeten mede afhankelijk van de botkwaliteit en de hoeveelheid krachten die ze te verduren krijgen, een minimale lengte hebben. De beschikbare bothoogte -en breedte is afhankelijk van de grootte van de kaak maar andere structuren zoals o.a. zenuwen, bloedvaten of kaakbijholtes kunnen de hoogte ook beperken. In het geval van te weinig hoogte in de kaakbijholte kan er nog een procedure worden uitgevoerd waarbij de kaakbijholte wordt opgevuld met bot (sinus-lift).

Het schroefdeel van het implantaat moet volledig in het kaakbot geplaatst worden en in geslonken kaken kan dat niet altijd. De kaak is dan vaak aan de wangzijde te smal geworden waardoor het implantaat daar niet volledig bedekt is met bot. Mocht de kaakwal in de breedte of de hoogte tekort komen wegens deze dimensionale veranderingen dan zal een botherstel operatie worden uitgevoerd om dit op te lossen (Guided Bone Regeneration) . Deze operatie kan vaak tegelijkertijd met het plaatsen van het implantaat worden uitgevoerd.

Sinusbodem verhoging

Een veel voorkomende procedure in de orale implantologie is het opvullen van de kaakbijholte, dit wordt een sinus-lift procedure genoemd. De kaakbijholte bevindt zich in het gebied van de (kleine) kiezen van de bovenkaak. Tijdens het ouder worden zullen de kaakbijholtes in volume toenemen, waardoor het beschikbare bot om te implanteren afneemt. Met name na het verlies van een of meerdere kiezen zal de sinusbodem sneller naar beneden uitzakken.

Sinusbodem verhoging wordt regelmatig toegepast en wordt beschouwd als een succesvol en voorspelbare manier om bot op te bouwen.

Na het opklappen van het tandvlees wordt er een luikje in het kaakbot geboord waarna het slijmvlies dat de kaakbijholte van binnen bekleed, afgeschoven en weggeduwd kan worden. De ruimte die ontstaat kan dan opgevuld worden met bot en/of botsubstituut waardoor de kaakbijholte kleiner wordt en er een implantaat met voldoende lengte geplaatst kan worden. Afhankelijk van de hoeveelheid beschikbaar bot onder de kaakbijholte kan vaak tegelijkertijd met de sinuslift een implantaat geplaatst worden.